01-10-08

Verhaal: Twee vreemde dagen (pure fictie)

Lang geleden, althans zo lijkt het ... schreef ik dit kortverhaal. Nu wil ik het graag met jullie delen. Ik ben in een emotionele bui, dat zal het zijn zeker...

Wie meer gedichten en verhalen van mij wil lezen kan deze hier vinden: http://writehistory.be/?p=auteur&id=mistral 

 

Twee vreemde dagen

 

Gisteren.

Het fascineerde me de kleuren te mengen, schakeringen op mijn palet gingen over van koud naar warm, mijn penseel toetste een lik aan en liet die achter op het canvas. Het gelaat kreeg vorm, karakter, het was klaar, ik was er eindelijk in geslaagd.

Ik stak de sleutel in het slot en gooide de poort open. Mijn stem riep, alhoewel ik niets kon uiten. De ezel leeg, het doek verdwenen! Chaos in mijn hoofd.

Wat later zat de visser roerloos achter zijn lijn, het wateroppervlak dampte rust, en ik keek wazig naar dit tafereel terwijl de nevel in mijn hoofd dichter werd. Ik wandelde rond de slotgracht met in het midden de ruïne omgeven door verwildert groen. De cirkel rond, de visser stapte op, teruggegooide buit, ik ook. De wandeling had geen soelaas gebracht.

Ooit vond ik de foto in een blikken doos, tussen gekartelde zwart wit familie kiekjes. Ik wist dat hij er was, had hem vroeger al gezien, maar telkens vermeed ik die blik, ik werd er droef van. Dus bleef hij liggen in die doos, tot op die keer dat ik hem met andere ogen zag. Vanaf toen ging hij een eigen leven leiden. Hij keek me aan van op de koelkast vastgehouden door een magneet, hij viel al eens en telkens kwam hij weer op diezelfde plek terecht en meer en meer geraakte ik weer met hem vertrouwt.

Ik vergat hem bijna, hij maakte deel uit van het geheel, de koelkast overladen aan de buitenkant, briefjes, rekeningen, kortingbons, het hing er allemaal, onder een fruitkorf die immer vers bleef.

Mijn atelier is langs een stille straat gelegen, het was warm en ik werkte met de grote poort open, de zon weerkaatste op de gevel van het huis aan de overkant. Ik had muziek opgezet, het requiem van Fauré, die hoorde bij het kleurenpalet.

Mijn werk vorderde langzaam omdat ik steeds herbegon, het canvas keer op keer overschilderde. Uren vlogen voorbij. Ik geraakte langzaam opgewonden, mijn penseel begon zijn weg te vinden, de diepte en contrast kregen vorm en mijn onderwerp kwam tot leven. Nu gaf ik niet meer op, de juiste tonen vatten vuur en ik smolt onder zijn blik.

Ontdaan en met de foto in mijn hand ging ik eindelijk zitten. Van op deze afstand was de gelijkenis frappant. De blik gloeide, de verstarde glimlach kwam tot leven.

 

Vandaag

Mijn zus belt me, of ik klaar ben om te gaan, het is haar grote dag, ze stelt voor het eerst tentoon. Haar beeldhouwwerken zijn subliem, al vindt ze zelf van niet. Ik hou niet zo van kappen in stenen en slikken van stof maar zij leeft zich daar in uit, met hart en ziel. Als kind reeds was ze bezig met klei en plasticine. Ik hield het meer bij gouache en krijtjes.

De deur staat open, en van op enige afstand hoor ik zachte muziek, ze rent me tegemoet en vliegt me rond de hals, mijn kleine zusje van toen. Langzaam lopen we naar de ingang van het kasteel. Een verarmde edelman met een gouden hart stelt een zaal ter beschikking voor de vernissage, een edelmoedig gebaar.

De zaal baadt in teder licht, haar werken krijgen aandacht door welgeplaatste spots, er heerst een serene sfeer, de beelden komen door de uitgekiende opstelling prachtig tot hun recht. Ik draai me langzaam om en krijg een totaalbeeld van dit eiland van rust, maar wat plots mijn aandacht trekt doet me verstijven.

In een nis, omgeven door bloemen stralen ogen naar me toe, mijn ogen die ik nooit zag, maar zeer goed kende. Mijn zus staat achter mij en streelt mijn schouder. Hij leeft zegt ze. Jij hebt hem weer het leven gegeven, dank je!

 

 

22:39 Gepost door Clo in Algemeen | Permalink | Commentaren (6) | Tags: verhalen, gedichten, schrijven |  Facebook |